Voor toepassing van het btw-nultarief bij intracommunautaire transacties is een geldig btw-identificatienummer van de afnemer vereist. Indien de afnemer al een btw-identificatienummer heeft aangevraagd maar nog niet heeft verkregen, rijst de vraag op welke manier de levering in de tussentijd moet worden behandeld.

EU-leveringen; systematiek

Leveringen aan ondernemers in andere EU Lidstaten (intracommunautaire leveringen, hierna gemakshalve aangeduid als “EU-leveringen”) zijn in principe onderworpen aan het btw-nultarief. De koper geeft in zijn eigen EU Lidstaat, waar hij de goederen ontvangt, een corresponderende aankoop aan. Hierover draagt hij lokaal btw af, die hij weer in aftrek mag brengen conform zijn aftrekrecht. De btw-heffing verloopt op die manier neutraal en niemand hoeft zich in een ander land te registreren.

Aantonen btw-nultarief

De leverancier die het btw-nultarief toepast, moet kunnen aantonen dat hij de goederen naar een ondernemer in een andere EU Lidstaat heeft geleverd.

Als hij niet aan zijn bewijslast kan voldoen, kunnen de belastingautoriteiten lokale btw naheffen (plus boetes en rente). Deze btw is doorgaans niet meer op de afnemer te verhalen. Toepassing van het btw-nultarief brengt daarom voor de leverancier altijd een zeker risico met zich mee.

Als de leverancier zich om welke reden dan ook niet senang voelt, moet hij lokale btw in rekening brengen aan de afnemer. Dit is een veilige optie voor de leverancier, maar deze heeft vanuit commercieel oogpunt niet de voorkeur; de koper moet zien de btw terug te vragen in een land, waarmee hij niets van doen heeft. Toepassing van het btw-nultarief is daarom in internationaal verband een “must”.

Btw-identificatienummer tegenwoordig vereist

Voor het btw-nultarief bij EU-leveringen moet de leverancier beschikken over een geldig btw-identificatienummer van de afnemer. Dit btw-identificatienummer moet worden opgenomen in een correcte Opgaaf ICP. Per 1 januari 2020 zijn dit wettelijk vereisten, die btw-fraude moeten tegengaan.

Voorheen werd een en ander ook al wel als een eis ervaren, maar toen kon een leverancier, als hij niet over een geldig btw-identificatienummer van de afnemer beschikte (dan wel dat het nummer achteraf ongeldig was verklaard) met behulp van andere bewijsmiddelen aantonen dat de afnemer als btw-ondernemer kwalificeerde. Zo lijkt het erop dat de Hoge Raad in 2011 nog neigde naar een meer objectieve bewijslevering, waarbij een leverancier zelfs niet de identiteit van de afnemer hoefde te kennen, zolang maar uit de aard en de omvang van de transactie bleek dat de afnemer ondernemer was. In de betreffende zaak ging het om leveringen van frisdranken voor enkele tien- of zelfs honderdduizenden euro’s per levering. Ook leveringen van dergelijke volumes zijn nu gewoon belast als de leverancier niet beschikt over een geldig btw-identificatienummer van de afnemer.

Btw-identificatienummer in aanvraag

Wat gebeurt er ingeval geleverd wordt aan een partij die een btw-identificatienummer in het land van aankomst heeft aangevraagd, maar nog niet heeft ontvangen van de lokale autoriteiten? Veel belastingautoriteiten kampen momenteel met achterstanden in de afgifte van btw-identificatienummers, wat deze vraag bijzonder actueel maakt.

Volgens de toelichting van de Europese Commissie (“explanatory notes”) geldt allereerst dat een afnemer, als hij kan bewijzen dat hij op het tijdstip van de aankoop ondernemer was, de leverancier later het btw-identificatienummer mag meedelen (mits er geen aanwijzingen zijn voor fraude). De leverancier corrigeert dan de factuur. Dit geldt ook voor gevallen waarin het btw-identificatienummer is aangevraagd maar nog niet verkregen. Hoewel de staatssecretaris van Financiën dit niet heeft bevestigd, kan er naar onze mening vanuit worden gegaan dat deze versoepeling ook geldt als Nederland het land van vertrek is.

In een dergelijk geval moet de EU-levering al wel in de btw-aangifte worden opgenomen, maar kan er nog geen btw-identificatienummer in de Opgaaf ICP worden vermeld. Dit zal automatisch een mismatch geven tussen btw-aangifte en Opgaaf ICP en dus tot vragen leiden van de Belastingdienst (via het “Central Liaison Office” (“CLO”)). Het CLO handelt in Nederland de Opgaven ICP af. Het is te hopen dat het CLO voldoende geduld heeft, zodat binnen de gestelde deadline alsnog een geldig btw-identificatienummer kan worden doorgegeven. Op basis van onze ervaringen weten wij dat geautomatiseerde aanpak van Belastingdienst en CLO op enig moment toch tot actie (naheffing?) zal overgaan, indien het btw-identificatienummer te lang uitblijft.

Mocht u zelf geconfronteerd worden met deze concrete situatie of heeft u een andere vraag, neemt u dan contact op met
Joyce WesterveldRED Tax Specialists B.V.