De Hoge Raad heeft medio november 2020 een arrest gewezen, dat meer ruimte biedt voor aftrek van btw indien het de inkoop van voorzieningen voor het personeel betreft. Kort gezegd bestaat die ruimte er, indien een ondernemer door bijzondere omstandigheden wordt gedwongen tot het verstrekken van die personeelsvoorzieningen. In dit artikel leggen wij kort de werking van het BUA uit en gaan wij in op de door de Hoge Raad geboden verruimingsmogelijkheid.

Btw-heffing op eindverbruik

Het btw-systeem zit zo in elkaar, dat btw uiteindelijk drukt in de laatste schakel, dus op het eindverbruik. Dat werkt als volgt. Ondernemers brengen steeds btw in rekening aan hun afnemers. Is die afnemer een ondernemer, dan kan hij de aan hem in rekening gebrachte btw in principe in aftrek brengen. Dat geldt niet als de afnemer geen ondernemer is, maar een consument. Deze consument heeft geen recht op aftrek van voorbelasting, zodat uit de door hem betaalde prijs 9% of 21% btw naar de Belastingdienst gaat.

Hetzelfde uitgangspunt geldt in feite wanneer ondernemers kosten maken voor personeelsvoorzieningen. De ondernemer koopt goederen in, bijvoorbeeld kerstpakketten. Omdat die kerstpakketten door de werknemers mee naar huis zullen worden genomen en zo in de privésfeer belanden, zou – conform het btw-systeem – btw moeten drukken op de kerstpakketten.

Dit zou btw-technisch bereikt kunnen worden door de ondernemer bij de inkoop van de kerstpakketten het recht op aftrek van voorbelasting te ontzeggen. In dat geval drukt er btw op het eindverbruik van de kerstpakketten.

In Nederland regelt het BUA de btw-aftrek bij personeelsverstrekkingen

In ons land hanteren wij sinds jaar en dag het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968, ofwel BUA. Het BUA bepaalt dat de voorbelasting op bepaalde inkopen niet aftrekbaar is, ondanks het feit dat er zakelijke motieven bestaan voor het doen van de inkopen.

De niet-aftrekbaarheid geldt onder meer voor de voorbelasting op ingekochte goederen en diensten voor zover deze worden gebruikt voor de volgende verstrekkingen aan het personeel:

  • het verlenen van huisvesting;
  • het uitkeren van loon in natura;
  • het geven van gelegenheid tot sport, ontspanning of privé-vervoer (met uitzondering van ter beschikking stellen van auto’s); dan wel
  • andere verstrekkingen voor de persoonlijke doeleinden van het personeel.

Het BUA bevat een drempel van EUR 227 (exclusief btw) per persoon per jaar. Dit drempelbedrag is een mooie bijkomstigheid van het Nederlandse BUA, omdat veel ondernemers tot dit toch redelijk hoge bedrag verstrekkingen aan hun personeel kunnen doen, zonder dat de voorbelasting wordt beperkt.

Om terug te komen op het voorbeeld van de kerstpakketten:

  • indien een ondernemer zijn personeelsleden een kerstpakket ter waarde van EUR 200 verstrekt, dan is de voorbelasting op de inkoop van de kerstpakketten gewoon aftrekbaar; echter
  • hebben de personeelsleden naast de kerstpakketten eerder dit jaar ook al een bos bloemen ter waarde van EUR 50 gekregen als hart onder de riem in deze zware tijden van home office, dan is de voorbelasting op de inkoop van de kerstpakketten èn de bloemen in het geheel niet aftrekbaar (dan wel dient in de btw-aangifte over het laatste tijdvak van het jaar een correctie te worden aangebracht).

Hoge Raad bepaalt: soms wel BUA maar toch aftrek!

Het BUA is door de jaren heen al verscheidene malen beoordeeld door rechters. Medio november jl. heeft de Hoge Raad weer een interessant arrest aan die rechtspraak toegevoegd.

De feiten in het arrest waren als volgt. Belanghebbende is een uitzendbureau, dat in het buitenland woonachtige arbeidskrachten ter beschikking stelt aan Nederlandse bedrijven. De buitenlandse arbeidskrachten werken fysiek in Nederland, maar blijven woonachtig in hun thuisland. Hun gezin blijft daar achter, en na maximaal 2,5 jaar gaan zij zelf ook weer terug. Belanghebbende biedt de arbeidskrachten woonruimte aan in de omgeving van hun Nederlandse werkplek. Het gaat om hotels, flats en vakantiewoningen. De arbeidskrachten hoeven niet te betalen voor de woonruimte, maar krijgen ook geen geld van het uitzendbureau indien zij van de woonruimte afzien.

Met de inspecteur is een meningsverschil ontstaan over de aftrekbaarheid van de btw op de inkoop van de woonruimten. De inspecteur was van mening, dat de voorbelasting onder het BUA viel. Dat is niet vreemd, aangezien het BUA expliciet het verlenen van huisvestiging noemt. Daarnaast is ook te begrijpen dat het woongenot (daaronder verstaan het verblijven in de woning buiten werktijd, het eten, slapen, etc.) tot de privésfeer van de arbeidskrachten behoort.

Soms wel BUA maar toch aftrek

Ook de Hoge Raad is van mening dat het verstrekken van de woonruimten onder het BUA valt. Echter, de Hoge Raad geeft aan dat het BUA geen toepassing vindt, indien bijzondere omstandigheden het uitzendbureau dwingen tot het huren van de woonruimten. Dat doet zich voor, als de uitgaven primair worden gedaan in het belang van het uitzendbureau, en het persoonlijke voordeel van de arbeidskracht, indien dat er al is, voor het uitzendbureau van ondergeschikt belang is.

De Hoge Raad licht nog toe, dat de keuze om gebruik te maken van de woonruimte, in beginsel een privékeuze van de arbeidskracht is, en dat de privédoeleinden worden gediend. Maar toch is het denkbaar dat het bedrijfsbelang vereist, dat de woonruimten worden gehuurd. Dat zal vooral zo zijn als de woonruimten moeten worden gehuurd in verband met de bijzondere behoeften van de onderneming van het uitzendbureau èn de arbeidskrachten de woonruimten aanvaarden zonder dat zij een eigen keuze hebben voor een bepaalde woonruimte of huisgenoten.

De Hoge Raad had in 2004 al in gelijke zin geoordeeld over verhuiskosten van een werknemer. De “bijzondere omstandigheden”-doctrine is afkomstig uit het Europese Fillibeck arrest.

Conclusie

Met het arrest is weer een stukje onduidelijkheid weggenomen over de btw-behandeling van verstrekkingen die naar hun aard overduidelijk een privé-element in zich dragen, maar toch worden ingegeven door de behoeften van de onderneming.

Het arrest is naar onze mening breder toepasbaar dan bij huisvestings- en verhuiskosten. Te denken valt bijvoorbeeld aan het verstrekken van een verstelbaar bureau of andere faciliteiten aan werknemers om het thuiswerken te ondersteunen in verband met de Corona-maatregelen. Voor de loonbelastingaspecten van het thuiswerken verwijzen wij naar het artikel van Gertjan Buijsen van 16 oktober 2020.

Neemt u bij twijfel gerust contact op met Joyce WesterveldRED Tax Specialists B.V.