Fiscalisten lezen graag boeken op zoek naar zekerheden. Als het geschreven staat, dan bestaat het. Zo niet, dan bestaat het niet. Vaak ligt deze denkrichting op de loer. Als dus een product wordt beschreven in een 97 pagina’s tellend besluit, dan bestaat het. Staat het er niet, dan kan dus niet het lage BTW tarief op dat product worden toegepast. Want daar wil ik het over hebben, het verlaagde BTW tarief.

Laag BTW tarief

Het doel van dit lage tarief is het toegankelijker maken van bepaalde producten en diensten voor minder draagkrachtige personen. Het uitgangspunt is dat een laag BTW-tarief leidt tot een lagere consumentenprijs. Dat zou best kunnen, maar dan moet de producent niet met onzekerheden en hogere kosten worden geconfronteerd. Want die leiden tot voorzichtigheid en tot het inbouwen van een marge om “fouten” op te vangen.

Beleidsbesluit

Het differentiëren in btw tarieven leidt per definitie tot afbakeningsvraagstukken. Het ene goed mag wel onder het lage tarief en het andere goed niet. Prima, dat is te billijken. En dat op de grenzen discussies ontstaan, is – mag ik toch hopen – lang geleden bij de invoering van het lage tarief al geaccepteerd.

Om het afbakenen wat makkelijker te maken voorziet de overheid ons van een beleidsbesluit om haar standpunten uiteen te zetten. Een beleidsbesluit is, bij gebreke van een democratisch, wetgevend proces, een instrument dat moet dienen ter verduidelijking, vereenvoudiging of verzachting. Zo ook het besluit over het lage BTW tarief https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-50520.pdf. Dit besluit wordt om de zoveel jaar bijgewerkt, maar niet door dit vanaf de basis opnieuw op te bouwen, maar door een verdergaande vorm van regeldichtheid. Hele specifieke goederen en diensten worden onder het lage tarief geschaard, daardoor mogelijk de suggestie wekkend dat andere, maar vergelijkbare, producten dus niet onder dit tarief vallen. De fiscalist wordt dan ook door het besluit verleid om deze redenering toe te passen: als uw product niet in het besluit staat, dan is het dus belast naar het hoge BTW tarief.

Onzekerheid

Het is voor mij bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat partijen in de orthopedisch, medische sector naar ik begrijp in onzekerheid leven over de vraag of hun product wel voldoende vergelijkbaar is de specifiek in het besluit genoemde “Swedish knee cage”, een type kniesteun dat eigenlijk niet meer geleverd wordt. Het hoge tarief ligt dus op de loer. Door de zeer gedetailleerde omschrijvingen van de producten in het besluit wordt de discussie tussen de belanghebbenden eigenlijk niet meer goed gevoerd, omdat niet wordt teruggevallen op de fundamentele vraag waar het lage tarief toe dient en wat de wet bedoelt.

Insluiten is uitsluiten.

Maar goederen van het lage BTW tarief uitsluiten, en daarmee dus ook de minder draagkrachtige personen raken, omdat ze niet specifiek beschreven staan in een gedetailleerde lijst met wél kwalificerende goederen is niet de juiste weg. Met uitsluiting moet een overheid voorzichtig zijn, zelfs als je het lage BTW tarief als uitzondering op het normale tarief strikt wil uitleggen. Een mogelijk onbedoeld effect van een in de basis goedbedoeld besluit?