Een ondernemer zou bij elke EU-grensoverschrijdende beweging van eigen goederen moeten nagaan, of er btw-gevolgen zijn. Veel situaties leiden niet tot extra btw-verplichtingen, maar een aantal wel, met name in geval van onvoorziene omstandigheden. In deze bijdrage lichten wij een en ander nader toe.

EU-leveringen

De btw belast de levering van goederen. Als goederen in het kader van een levering van de ene naar de andere Lidstaat worden vervoerd, is sprake van een EU-levering. Hierop mag onder voorwaarden door de leverancier in het land van vertrek het btw-nultarief worden toegepast. De afnemer van de goederen pakt de btw-draad in eigen land weer op. Hij meldt de aankoop in zijn lokale btw-aangifte (EU-aankoop) en is daarbij btw verschuldigd naar het lokale tarief (die vervolgens in de regel weer aftrekbaar is).

Overbrengingen

Maar goederen kunnen ook naar een andere Lidstaat vertrekken zónder dat daar een (civielrechtelijke) levering aan ten grondslag ligt. Denk aan:

  • de loodgieter in de grensstreek, die zijn bestelbus vollaadt met gereedschap om in België een leiding te dichten;
  • de fabrikant, die apparatuur naar Finland stuurt zodat die aldaar kan worden gerepareerd; of
  • de kunstenaar die schilderijen meeneemt naar Duitsland, om aldaar in een expositieruimte tentoon te stellen.

Overbrenging of fictieve levering

Indien een ondernemer voor bedrijfsdoeleinden goederen over een grens brengt, zonder dat daar een levering aan ten grondslag ligt, spreken we van een overbrenging of fictieve levering. De overbrenging is in de Nederlandse wet (conform de Europese Btw-richtlijn) gelijkgesteld aan een “echte” EU-levering. Dat heeft dus in beginsel de volgende consequenties:

  • De ondernemer moet de overbrenging behandelen als een EU-levering, dat wil zeggen: hij moet het btw-nultarief kunnen aantonen en hij moet de overbrenging opnemen in zijn btw-aangifte en Opgaaf ICP; en
  • De ondernemer moet zich voor de btw-registreren in het land van aankomst van de goederen, alwaar hij in een btw-aangifte een corresponderende EU-aankoop (als het ware aan zichzelf) moet verantwoorden.



Twee constateringen die nogal wat impact kunnen hebben! Gelukkig wordt de soep wellicht niet al te heet opgediend voor de eerdergenoemde ondernemers.

Uitgezonderde overbrengingen

Om te voorkomen dat iedere grensoverschrijdende beweging door een ondernemer leidt tot btw-registraties en administratieve lasten, is een aantal veel voorkomende bewegingen uitgezonderd van het begrip overbrenging. Het gaat hier om goederen die een EU-grens passeren om vervolgens:

  • in het land van aankomst te worden gemonteerd of geïnstalleerd, waarbij op dat moment civielrechtelijk een levering plaatsvindt;
  • te worden geleverd als afstandsverkoop (aan particulieren en daarmee gelijkgestelden in een andere Lidstaat);
  • te worden geleverd aan boord van een schip, vliegtuig of trein;
  • te worden geleverd met het btw-nultarief;
  • te worden gebruikt bij een aan de ondernemer verleende dienst, bestaande uit deskundigenonderzoeken of werkzaamheden aan het goed, mits het goed daarna worden teruggezonden naar de ondernemer in de Lidstaat van vertrek;
  • tijdelijk te worden gebruikt in de Lidstaat van aankomst ten behoeve van een door de ondernemer verrichte dienst; of
  • voor een periode van maximaal 24 maanden te worden gebruikt in de Lidstaat van aankomst, als voor de invoer van dat goed een vrijstelling van invoerrechten zou bestaan op grond van de regeling voor tijdelijke invoer (bijvoorbeeld bij goederen voor sportdoeleinden of tentoonstellingen).



Op de speciale regeling inzake gas gaan wij in het kader van deze bijdrage niet nader in.

Dankzij de uitzonderingen op de overbrengingen lijken de fabrikant, de loodgieter en de fabrikant opgelucht adem te kunnen halen. Zij moeten echter nog wel aan een aantal administratieve voorwaarden voldoen.

Administratieve voorwaarden

Allereerst moeten goederenbewegingen die onder de uitgezonderde overbrengingen vallen, worden opgenomen in een register. Dit register moet bij de administratie worden bewaard, maar is op zich vormvrij. Het simpelweg registreren in een bestand is voldoende.

Bovendien geldt, dat de uitgezonderde overbrenging van goederen op een later moment nog tot uitdagingen kan leiden. Mogelijk voldoen de goederen op enig moment niet langer aan de gestelde voorwaarden. Dan worden de goederen alsnog geacht te zijn overgebracht, zodat op dat moment alsnog een EU-levering en EU-aankoop moeten worden aangegeven! Dit zal zich bijvoorbeeld voordoen indien:

  • de loodgieter na afloop van zijn afspraak in een opwelling besluit zijn bestelbus aan een Belgische garage te verkopen;
  • de Finse reparateurs het apparaat moeten doorsturen naar hun Zweedse collega’s om de reparatie af te maken (de goederen gaan dan nog niet terug naar Nederland); en
  • de kunstenaar een schilderij levert vanuit de expositieruimte.



Tot slot: in Nederland hoeft geen (pro forma) factuur te worden opgesteld bij een overbrenging. Dit kan in andere Lidstaten anders zijn.

In een aantal gevallen is het nog mogelijk een dreigende overbrenging te voorkomen. Dit kan veel administratieve verplichtingen
voorkomen. Neem gerust contact op met Joyce WesterveldRED Tax Specialists B.V zodat we de mogelijkheden samen kunnen verkennen.