Btw op het eerste gezicht niet aftrekbaar, want kosten hebben betrekking op privé- of van btw vrijgestelde aangelegenheden? Kijk verder dan de factuur en voorkom dat u aftrekbare btw laat liggen!

1. Hoge Raad ziet ruimte voor btw-aftrek

De Hoge Raad heeft onlangs een uitspraak gedaan over de aftrekbaarheid van btw bij een rechtspersoon, terwijl de kosten waarover de btw in rekening was gebracht betrekking had op de strafrechtelijke vervolging van de bestuurder, een particulier. De Hoge Raad geeft in het arrest enkele belangrijke richtlijnen op basis waarvan geoordeeld moet worden, dat de btw aftrekbaar is.

Door deze recente en een eerdere zaak concluderen wij dat btw die op het eerste gezicht toerekenbaar lijkt te zijn aan privé- of van btw vrijgestelde aangelegenheden, toch aftrekbaar kan zijn. Het loont soms de moeite om een factuur – en de feiten die aanleiding hebben gegeven tot het maken van de kosten – nog eens nader te bestuderen, voor deze op de stapel “niet aftrekbaar” te leggen.

2. Arrest

Feiten

De bestuurder was betrokken geweest bij de afwikkeling van het faillissement van enkele vennootschappen (zakenrelaties), wat uiteindelijk heeft geleid tot zijn strafrechtelijke vervolging. Hij werd daarbij bijgestaan door een advocatenkantoor. De bestuurder was ook eigenaar en bestuurder van een andere vennootschap, die wij hierna voor het gemak zullen aanduiden met “de BV”. Die BV had:

 het advocatenkantoor opdracht gegeven om de diensten aan de bestuurder te verlenen; vervolgens;
 gevraagd om facturen gericht aan de BV;
 de facturen betaald; en
 de btw in aftrek gebracht.

De lagere rechters hadden geoordeeld dat de BV:

 niet betrokken was bij de faillissementen en de juridische procedures tegen de bestuurder,
 niet de ontvanger van de juridische diensten was; en daarom
 de op de facturen vermelde btw-bedragen ten onrechte heeft teruggevraagd.

Op het eerste gezicht geen onredelijke uitkomst. Uiteindelijk mocht de Hoge Raad zich buigen over deze casus.

Hoge Raad: kosten hangen mogelijk samen met activiteit BV!

In tegenstelling tot de lagere rechters, oordeelde de Hoge Raad als volgt:

 Het kan niet worden uitgesloten dat de behoeften van de onderneming van de BV de afname van de diensten noodzakelijk maakten, omdat de BV geen andere reële mogelijkheden had om het voortbestaan van haar economische activiteit veilig te stellen.
 In dat geval moet worden aangenomen dat de juridische diensten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met de gehele economische activiteit van de BV.
 Het feit dat de directeur ook persoonlijk van de dienstverlening heeft geprofiteerd, doet daar niets aan af.

De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof. Het Gerechtshof dient rekening te houden met het volgende:

 De BV is de ontvanger van de dienstverlening. Immers:

 de facturen zijn geadresseerd aan de BV;
 de BV heeft de overeenkomst met het advocatenkantoor gesloten; en
 de facturen zijn door de BV betaald.

 Nederland kent een specifieke regeling ter beperking van de btw-aftrek (genaamd “BUA”). Deze sluit de aftrek van btw uit voor zover goederen of diensten worden gebruikt voor de persoonlijke doeleinden van het personeel. In principe kwalificeert rechtsbijstand bij de strafrechtelijke vervolging van werknemers als zo’n dienst. Maar dit geldt niet, als bijzondere omstandigheden de werkgever dwingen de diensten af te nemen, bijvoorbeeld als de kosten in de eerste plaats in het belang van de onderneming worden gemaakt en het persoonlijk voordeel van de werknemer, indien dat er is, van ondergeschikt belang is voor de werkgever.
 Indien later in de procedure wordt vastgesteld dat de eisen van het bedrijf van de BV het noodzakelijk maken dat de BV de diensten afneemt, moet worden aangenomen dat bijzondere omstandigheden de BV hebben gedwongen om die diensten af te nemen, zodat het BUA niet van toepassing is en de aftrek van btw dus niet wordt uitgesloten.

Erg praktische aanwijzingen van de Hoge Raad, die de deur voor btw-aftrek open houden.

In dezelfde zin: apotheek betaalt voor verbouwing huisartsenpraktijken

Het bovengenoemde arrest kent overeenkomsten met een arrest uit 2015 (13/06113), waarin het ging om een apotheek die praktijk hield was in een gebouw waarin ook vijf huisartsen (“huisartsen”) gevestigd waren. De apotheek liet het gehele gebouw op eigen kosten verbouwen en bracht de btw op de verbouwingskosten in aftrek. Hierbij moet worden opgemerkt dat een apotheek in principe volledig gerechtigd is tot de aftrek van btw, terwijl een huisarts dat in principe niet is. Evenals het geval was bij de bestuurder en de BV heeft wekt ook deze zaak de schijn van het “schuiven” met kosten om de btw in aftrek te kunnen brengen. De lagere rechter oordeelde dat de aan de verbouwing van de huisartsenpraktijk toe te rekenen btw bij de apotheek niet aftrekbaar was.

In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof dit min of meer, door te oordelen dat de apotheek de aan de verbouwing van de praktijkruimten van de huisartsen toe te rekenen voorbelasting niet in aftrek mocht brengen, omdat de prestaties geacht werden te zijn ingekocht door de huisartsen zelf. Zij hadden immers een overheersend belang bij de diensten. Indien de diensten (desondanks) geacht werden te zijn verleend aan de apotheek, oordeelde het Gerechtshof dat deze geen recht had op teruggaaf van de voorbelasting vanwege het BUA. Met andere woorden, de betaling van de verbouwingskosten was een gift door de apotheek aan de huisarts.

De Hoge Raad oordeelde uiteindelijk dat – om te bepalen aan wie diensten zijn verleend – het alleen relevant is om te kijken naar de rechtsverhouding met de dienstverlener. Het feit dat één of meer anderen een belang hebben bij of zouden profiteren van de dienstverlening, doet daaraan niets aan. De stukken lieten geen andere conclusie toe dan dat de apotheek de verbouwingskosten heeft betaald ten behoeve van haar eigen omzet, zodat dit geen schenking was.

3. Conclusie

Indien in deze twee gevallen de bestuurder of de huisartsen de contractuele afspraken met de dienstverleners hadden gemaakt, zou de voorbelasting niet aftrekbaar zijn geweest.

Nu in beide gevallen andere partijen meenden een zakelijk belang te hebben om de dienstverleners in te schakelen en de kosten op zich te nemen, werd de betaalde btw volledig aftrekbaar.
Het lijkt erop dat een (op het eerste gezicht) geringe wijziging van de contractuele verhoudingen een wezenlijk verschil kan maken voor de btw. Dit kan zich alleen voordoen in specifieke situaties – zoals in het geval van de apotheek – of in gevallen waarin de partijen op de een of andere manier gelieerd zijn – zoals in het geval van de bestuurder.

Wij kunnen ons vinden in de beide oordelen van de Hoge Raad, en zijn verheugd dat de Hoge Raad in dit soort situaties aanknopingspunten biedt voor aftrek van voorbelasting.

Voorkom dat u de btw laat liggen en ga in voorkomende gevallen altijd na, welke belangen de een partij heeft gehad om de kosten op zich te nemen.

Heeft u vragen over de aftrekbaarheid van voorbelasting in een soortgelijk geval, of andere vragen? Aarzelt u dan niet om contact op te nemen met Joyce WesterveldRED Tax Specialists B.V.