Recent is het Handboek Loonheffingen 2021 gepubliceerd op de website van de Belastingdienst maar gek genoeg moeten we al meteen vaststellen dat hetgeen daarin opgemerkt wordt over het noodzakelijkheidscriterium alweer achterhaald lijkt door een beleidswijziging bij de Belastingdienst. Waar gaat het over? Hieronder probeer ik het kort en bondig uit te leggen en stel ik ook wat noodzakelijke kritische vragen bij het nieuwe beleid.  

Handboek Loonheffingen 2021

Het Handboek Loonheffingen 2021 is gepubliceerd op de website van de Belastingdienst (Handboek Loonheffingen 2021). Het “Handboek Soldaat”, zoals ik het ook wel noem, bevat een duidelijke uitleg van en toelichting door de Belastingdienst, op de meeste en belangrijkste vragen die een inhoudingsplichtige werkgever zichzelf kan stellen. In ieder geval biedt het een duidelijke basis waarvan de inhoudingsplichtige werkgever uit mag gaan bij het voeren van de loonadministratie en het doen van de aangifte loonheffingen. Inhoudingsplichtige werkgevers mogen in die zin in redelijkheid afgaan op de juistheid van de inhoud van het Handboek Loonheffingen. Zij kunnen aan deze voorlichting het in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen dat wat er staat, juist is, tenzij – aldus de staatssecretaris – “(…) de verstrekte informatie zo duidelijk onjuist is dat de werkgever dat in redelijkheid moest beseffen”.

In die zin is het Handboek Loonheffingen dus een waardevolle vraagbaak voor inhoudingsplichtige werkgevers om te weten wat in ieder geval is toegestaan volgens de Belastingdienst. Het is daarbij belangrijk om op te merken dat op punten de Belastingdienst soms aan de voorzichtige kant zit, maar dat mag natuurlijk niet verbazen. Het simpele feit dat iets niet expliciet wordt goedgekeurd in het Handboek Loonheffingen, wil dus niet per definitie zeggen dat het daarmee is afgekeurd. Het is dus altijd goed na te gaan met uw loonbelastingadviseur wat mogelijk is in afwijking van of in aanvulling op het Handboek Loonheffingen.

Noodzakelijkheidscriterium en internetabonnement thuis   

Onder de toepassing van de werkkostenregeling is het verstrekken, vergoeden of ter beschikking stellen van gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur gericht vrijgesteld als deze voldoen aan het zogenoemde noodzakelijkheidscriterium. Daaronder vallen ook zaken die verband houden met bijvoorbeeld computers zoals printers en een internetabonnement.

Als de werkgever redelijkerwijs van mening is dat de bedoelde computer noodzakelijk is om het werk behoorlijk te kunnen doen dan is de verstrekking, vergoeding of terbeschikkingstelling gericht vrijgesteld en dus belastingvrij. Eén van de voorwaarden is wel dat de werkgever op geen enkele manier een eigen bijdrage mag vragen van de werknemer, waarbij bijvoorbeeld het afzien van brutoloon binnen een “cafetariasysteem” als een eigen bijdrage van de werknemer wordt gezien.

Recent heeft de Belastingdienst meegedeeld (Gerichte vrijstelling internetabonnement ook mogelijk met eigen bijdrage) dat als het gaat om het verstrekken of vergoeden van een internetabonnement een eigen bijdrage van de werknemer niet langer betekent dat niet is voldaan aan het noodzakelijkheidscriterium en de gerichte vrijstelling gewoon van toepassing kan zijn. Dit zal de Belastingdienst in de tweede druk van het Handboek Loonheffingen 2021 ook aanpassen.

vragen over noodzakelijkheidscriterium

Dit is op zich een prettige tegemoetkoming voor werkgevers en werknemers zeker in de huidige lockdown waar werknemers vaker thuis werken en dus over een goede internetaansluiting moeten kunnen beschikken. Maar het roept ook vragen op, zoals waarom geldt deze tegemoetkoming alleen voor het internetabonnement en niet ook voor andere gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur? Wat is het verschil dat dit onderscheid rechtvaardigt? Hoe om te gaan met werknemers die in plaats van een iPhone X of 11 liever geld bijleggen voor een iPhone 12 Pro? Wat is de status van die (extra) eigen bijdrage en heeft die gevolgen voor de toepassing van de gerichte vrijstelling?

Het is goed als de Belastingdienst een antwoord op bovenstaande en andere vragen geeft als zij het Handboek Loonheffingen 2021 in de tweede druk aanpast. Met de huidige, zeer summiere toelichting zie ik namelijk voldoende gronden om pleitbaar te kunnen stellen dat dat deze versoepeling ook toepasbaar zou moeten zijn op andere gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur en niet alleen op internetabonnementen. Volgens mij zet de Belastingdienst zelfs de deur op een kier voor het cafetariseren van deze internetabonnementen en daarmee ook van de andere zaken die onder het noodzakelijkheidscriterium vallen. En zo zien we ook hier dat het “Handboek Soldaat” de basisregels en de uitleg daarvan door de Belastingdienst weergeeft maar dat die uitleg zeker niet heilig of de enig mogelijke uitleg is.

Wordt ongetwijfeld vervolgd …

Heeft u hulp nodig bij het interpreteren van het Handboek Loonheffingen 2021 of heeft u andere fiscale vragen met betrekking tot Loonbelastingen, neem gerust contact op met Gertjan BuijsenRED Tax Specialists B.V.